Opbouwwerker Rob Klingen met pensioen

 

‘Bewoners zijn het draagvlak’

 

Op 20 juni gaat opbouwwerker Rob Klingen met pensioen. Een raar gevoel, vindt hij. ‘Als je gezond van lichaam en geest bent, denk je shit. Dan is het heel onwerkelijk om te moeten stoppen. Ik denk niet: yes, ik ben klaar. Integendeel. Het werk is absoluut geen belasting voor mij. Ik ga er met plezier heen.’ Een schrale troost: ‘Als mensen zeggen dat ze het jammer vinden dat je vertrekt, zegt dat veel.’

 

Rob werkt pas tweeënhalf jaar in het Arnhemse Broek. Maar het voelt vertrouwd. ‘Het is bepaald geen vervelende wijk. Dat imago heeft het Broek nog steeds wel, maar dat is niet terecht. Natuurlijk zijn er delen die zorgelijk zijn, maar dit is geen wijk die op de bodem ligt.’

Dat ziet hij niet als zijn eigen verdienste. Toen hij begon lag er een goed fundament om op voort te borduren. Dat fundament was zo sterk door de goede samenwerking van bewoners en professionele instanties. ‘Het zegt veel over de wijk dat dit kan!’, stelt Rob.

Als voorbeeld noemt hij de jeugdproblematiek. ‘Die werd en wordt aangepakt door iedereen die er maar mee te maken heeft. Allemaal samen. Scholen, jeugd- en jongerenwerk, politie et cetera. Vooral bij de wijkagenten hebben we veel baat. Die willen graag samenwerken en hebben de ogen wijd open.’

Ook voor de actieve bewoners, steekt hij de loftrompet. ‘Bewoners laten gelukkig dikwijls horen als er iets is. Heel vaak over Veilig, Schoon en Heel. De vaste thema’s. Daar zijn we blij mee. Die signalen pakken we op en doen we wat mee.’

En als er geen signalen komen? ‘Dat zoek ik ze op, hè. Ik bracht foldertjes rond. Belde aan voor een praatje. Was erbij als er iets in de speeltuin speelde. Bezocht Broek in de Pan. En toen het achterpad de Heinsiushof was afgesloten in verband met dealen, en mensen daar niet meer langs kon om met elkaar te kaarten, heb ik gezorgd dat ze een sleutel kregen. Niet wereldschokkend maar je bent er dan wel voor die mensen.’

 

Rob’s laatste advies: Tegen bewoners die hun mond houden zou ik willen zeggen: ‘Roep niet gefrustreerd vanaf de zijkant: kan niet, wordt niks, zal wel niks worden. Of over zakkenvullers die alleen maar goed voor zichzelf zorgen. Nee, kom voor jezelf op. Constructief. Iets veranderen is je eigen verantwoordelijkheid.’

 

Bewoners meenemen

Zijn bewoners belangrijk voor het geven van signalen, minstens zo belangrijk zijn ze bij het vinden van oplossingen. ‘Zij zijn het draagvlak als je iets wil bereiken. Hun moet je meenemen als je iets wil verbeteren. Luister serieus naar hen, ook als ze kritisch zijn. Ga in gesprek. Wandel niet over ze heen.’

In dat licht is Rob blij met het stevige wijkplatform van Arnhemse Broek. ‘Daarin zit een mooie mix van mensen die allemaal naar de belangen van de wijk kijken. Ze willen voor de wijk opkomen en zich ervoor inzetten. Fantastisch.’

Contact met mensen. Daar draait het allemaal om. En dat is precies wat hij na zijn afscheid zal missen. ‘Ik gedij bij het contact met mensen. En het samen zoeken van oplossingen. Dat is zo fantastisch aan dit werk.’ En daarnaast het contact met ambtenaren, dat hij ziet soms als een tactisch spel. ‘Dat zij dan toch doen wat je voor ogen hebt in het belang van de mensen in de wijk. Dat is leuk.’

 

Vanaf 1980

Sinds Rob in 1980 als opbouwwerker begon, is er veel veranderd. ‘Destijds had je als opbouwwerker veel vrijheid om zelf dingen te bedenken. Tegenwoordig word je meer aan banden gelegd. Je wordt als opbouwwerker ingehuurd om iets uit te voeren wat anderen bedenken. Dat is jammer. Maar weet je wat ik nou zo positief vindt: in het Arnhemse Broek is dit niet het geval. Hier trekken we allemaal aan hetzelfde touw om iets voor bewoners te kunnen betekenen. De samenwerking en afstemming tussen bijvoorbeeld wijkmanager Arno Tiernego, politie, scholen, en het opbouwwerk is prima. Bij het bedenken van een aanpak of oplossingen kan ik mijn creativiteit kwijt. Dat is in andere wijken soms wel anders.’

 
Op 21 juni draagt Rob Klingen het stokje over aan zijn opvolger Mohamed Akrouni.