Sjaak scharrelt een mooi leven bij elkaar

 

Zijn voortuin is gevuld met beelden, een houten tafel, bungelende windlichten, kerstballen, kerstslingers, twee vlaggen. ‘Allemaal gevonden’, zegt Sjaak van Tongeren, over zijn rijkelijk versierde tuin op de Graswinckelstraat, die vandaag is bedekt met een ijzig laagje sneeuw.

 

 

Bij Sjaak binnen ook allemaal voorwerpen die hij van de straat heeft geplukt. Kastjes, beeldjes, klokken, schilderijen, kleedjes. ‘Elk ding heeft zijn geschiedenis’, vertelt hij,  terwijl hij thee inschenkt met een scheutje honing. ‘Dit kastje lag bij de stort. Eiken! Antiek! Zonde toch. Zo mooi. En dat tafeltje. Van de buren gekregen, samen met driehonderd cd’s. Weet jij toevallig iemand die geïnteresseerd is in het volledige werk van Mozart? Hier, alles bij elkaar in één doos.’

Velen zullen Sjaak wel kennen. Met goed weer rijdt hij de wijk rond met zijn karretje. Op zoek naar spulletjes. En voor een vriendelijk praatje. ‘Ik kan het met iedereen goed vinden.’ Ook is hij absoluut niet te beroerd mensen te helpen. Met een tuintje of ander klusje.

Zijn beste vriend is echter Jessy, zijn hond. ‘Die is voor mij het belangrijkst. Vroeger gingen we samen naar bed. Heerlijk, tegen elkaar aan. Dat is voorbij. Hij is nu 16 en kan de trap niet meer op. Dan moet ik dertig kilo tillen. Dat lukt niet meer. Probeer dat maar eens. Ik ben 63.’

‘Nederlanders zijn wereldkampioen kankeren. Daar doe ik niet aan mee.’

Bedreigd en gechanteerd

Sjaaks levensstijl is apart maar spreek niet iedereen aan. ‘Veel mensen vinden het hier maar een rommeltje’, weet hij. ‘Vies zelfs.’ Zelf kijkt hij daar heel anders tegenaan. ‘Ik heb een mooi leven, ben heel tevreden,. En waarom zou je kankeren? Nederlanders zijn wereldkampioen kankeren. Dat hoor je overal. Daar doe ik niet aan mee.’  

 

Ook niet als het over geld gaat.‘Ik ben vroeger bedreigd en gechanteerd. Heeft me 59 duizend euro gekost. Ik zit nu in de schuldsanering en moet het doen van 50 euro per week.’ Voor een centje extra werkt hij daarom wat bij. ‘In de ijzer.’ Met z’n karretje langs vuilnisbakken, dingen demonteren en naar de ijzerboer brengen in Klarendal. ‘Met dit weer is het wat moeilijker’, wijst hij naar de sneeuw buiten. ‘Dan zetten mensen geen rotzooi buiten.’

Nooit op zoek naar ‘gewoon’ werk? ‘Ik heb gewekt als tuinman, verhuizer, in een antiekwinkel, had een rolletje in A Bridge too far – ‘soms kreeg je wel honderd gulden op een dag’. Maar onder een baas werken vindt hij niks. ‘Die wil altijd boven je staan. Bazen zijn flapdrollen. Daarom wilde ik zelfstandig verder.’

 

Ooit getrouwd

Ooit was Sjaak getrouwd, met een Nieuw-Zeelandse. Ze kregen samen kinderen, Die zijn in Nieuw-Zeeland opgegroeid en wonen er nog steeds. ‘Ik heb mijn vrouw toestemming gegeven om ze mee te nemen. Daar heb ik wel spijt van, ja. Ik zie ze nooit meer. Wel grappig is, dat ik misschien al overgrootvader ben. Mijn zoon is nu 43 en heeft op zijn negentiende een kind gemaakt. Dat kind is nu dus 24. Wie weet heeft die ook alweer een kind. Niemand die het weet.’ Hij moet er smakelijk om lachen.

Na het gesprek kruipt Sjaak weer achter de laptop. Om een schaakpartijtje af te maken. En vanavond komen er vrienden op bezoek. ‘Gezellig samen scrabbelen.’