Geschiedenis van Het Arnhemse Broek

Veel straatnamen in de wijk zijn de afgelopen jaren op deze site voorbijgekomen, met achtergrond en uitleg waar die namen vandaan komen. De straten die nog niet aan de beurt kwamen, zullen nog volgen. Deze keer echter aandacht voor de naam van de wijk zelf.

 

De naam Arnhemsche Broek komt al in de Middeleeuwen voor. Namelijk in een oorkonde van 24 januari 1294. Daarin staat vermeld: "uten Bruche". Bruche is dan openbaar gebied, in het bezit van een landheer. Op 11 april 1364 verkoopt de landheer, hertog Eduard van Gelre, het "Arnhemer Broec" aan de stad Arnhem. Het stadsbestuur verdeelde het gebied vervolgens onder rijke particulieren, die het lange tijd in handen hielden.

 

Moerassig

Het Arnhemsche Broek was een nat weidegebied, een polder. Broek betekent moerassig land. Dit poldergebied lag buiten de Arnhemse stadsmuren. Er graasden koeien, schapen en geiten. In de winter liet men de weilanden onderlopen zodat er vruchtbaar slib kon worden afgezet. Dan werden de sluizen langs de Rijn drie maanden opengezet. Om die sluizen een handje te helpen, werden vanaf 1747 watermolens gebouwd. Rond 1880 besloot met op stoomgemalen over te stappen. Interessant: in januari 1793 en oktober 1794 werd de polder onder water gezet om zo de Franse legers tegen te houden.

Al in de Middeleeuwen waren er in Het Arnhemse Broek steenovens. Tot ver in de achttiende eeuw stond er nog één, een panoven (voor het bakken van dakpannen). De dijken en de ondergrond waren niet hard. Het was daarom verboden om met paarden en wagens over de Vosdijk (die toen al bestond) te rijden, omdat die dan zou wegzakken.

 

Nieuwe Kadekwartier

In de tweede helft van de negentiende eeuw ontstond in Het Broek het eerste echte industriegebied van Arnhem, tussen de Nieuwe Kade en de Westervoorstedijk, het huidige Nieuwe Kadekwartier, waar toen nog korenmolens stonden. Een daarvan, aan de Westervoorstedijk,  brandde af in 1861 (afbeelding).

In 1866 liet de gemeente in de Nieuwe Kade een gasfabriek bouwen met een watertoren (afbeeldingen). De volgende jaren kwamen daar een Slachthuis bij, een Groentenveiling, een Salmiakfabriek en, midden tussen alle bedrijvigheid in, noodwoningen. In 1921 vestigde zich de melkfabriek (later Coberco) zich aan de Westervoortsedijk. En in1929 opende de Provinciale Gelderse Electriciteit Maatschappij (PGEM) aan de Johan van Oldenbarneveldtstraat de Transformatie (onderste afbeelding). Dit was een zogenaamd onderstation – een verbinding tussen hoogspanningsnetten.

Huizen

Voordat Het Broek geschikt was om huizen op te bouwen – het was nog steeds een nat gebied -  werd het  de eerste tien jaar van vorige eeuw opgehoogd en egaal gemaakt met behulp van zand. Dit zand was afkomstig uit de afgraving van de Geitenkamp die toen werd aangelegd. Het zand werd vervoerd met speciale zandtrams over daarvoor aangelegde elektrische tramlijnen.

Het ophogen kostte veel geld. De bouwgrond was dus duur. Om de kosten eruit te halen werden er zoveel mogelijk huizen gebouwd; de huur moest geld in het laatje brengen. Daardoor bleef er weinig ruimte over voor groen in de wijk, iets waar de wijk nog steeds tegenaan loopt.