'Als het winter wordt, koop ik een doos Lego'

 

Broekenaar Teus Schoester (62) houdt niet van niksdoen. ‘Ik ben geen type dat graag thuis zit. Thuis verveel ik me rot.’ Voor hem reden zich bijvoorbeeld in de wijk nuttig te maken. Maar zijn hobby beoefent hij wél in zijn eentje: het bouwen van modellen met pietepeuterige Lego-steentjes.

 

 

Van poeha moet Teus weinig hebben. ‘Ooit heb ik het huis geschilderd van de directeur van BASF, in Oosterbeek. Nog geen kop koffie kreeg ik, terwijl ze beneden aan de sherry zaten.’ Nee, dan zijn huidige werk, servicechauffeur bij autobedrijf Zym. ‘Mensen wegbrengen en ophalen. Zorgen voor motormaterialen. Ergens onderweg een accu brengen. Altijd contact met mensen. Babbeltje maken. Echt een baantje voor mij.’

Een paar jaar geleden belandde hij echter in een flinke dip. Vier omleidingen bij het hart. Vlak daarop een hersenbloeding. Herstellen. Hij zocht zijn heil in de Kansenfabriek op de Johan de Wittlaan. ‘Daar kom ik tot op de dag van vandaag. Altijd vriendelijk. Altijd open. Altijd gezellig. Maar wel vaak dezelfde gezichten. Ik ben toen naar Broek Omhoog op de Rietgrachtstraat gegaan. ‘

‘Ik heb daar in m’n eentje het hele achterste stuk opgeknapt. En het dak helpen vernieuwen. Dakpannen erop en zo.’ Ook zette hij samen met anderen Parkeren onder de Brug op: goedkoop parkeren voor stadbezoekers. ‘Lekker buiten. Mensen brachten gevulde koeken mee. Of worst. Omdat ze tevreden waren. Als ik nu door de stad loop kom ik mensen tegen; ‘hé, ken ik jou niet ergens van?’ Geweldig toch?’ Hij stopte ermee toen hij werk terug kreeg bij autobedrijf Zym.

 

3500 stukjes

En buiten zijn werk? ‘Als het dadelijk winter wordt, koop ik weer een doos Lego.’ Teus glundert bij het vooruitzicht. ‘3500 stukjes. Voor een grote hijskraan. Een meter lang, twaalf wielen. Met afstandbediening en mechanische dingetjes voor draaien en tillen. Een flink project. Dat kan alleen maar op de slaapkamer.’

Tot nu toe bleef het bij kleinere projecten, zoals een campingbusje. ‘Met keukentje en douche!’ Hij kan er weken mee bezig zijn, in de avonduren. ‘Net een puzzel. Maar ik heb een handicap. Door die hersenbloeding heb ik geen gevoel in mijn vingertoppen. Dat zal straks wel weer heel wat gescheld en geknetter geven. Ja, ik kan me flink kwaad maken. Maar ik ben een doorzetter. Een half uur voor een klein lichtje? Dat ding moet erop!’

Het is een soort betovering.  ‘Hoe ouwer hoe gekker. Bouwen geeft het gevoel dat het kind nog in je zit. En vroeger kon het niet. Geen centen. Nu kan het wel.’

Dat Teus voor een hijskraan kiest, is trouwens niet vreemd. Ooit was hij kraanmachinist. ‘Prachtig. Ik had graag in zo’n ding gezeten toen die torens bij het station werden gebouwd. Ik klauter zo naar boven. Maar weet je wat zo gek is: als ik de Eiffeltoren op moet, heb ik hoogtevrees!’